Dure olie trekt een substantiële wissel op de groei

2-2-2011
Bron: Het Financieele Dagblad
 

Onheilsprofeet Nouriel Roubini kon het deze week niet laten om even de vinger op de zere plek te leggen. 'Denk eraan', twitterde de man die eerder de kredietcrisis voorspelde, 'dat het Midden-Oosten de wereld al drie keer eerder in een recessie heeft gestort: in 1973 door Yom Kippoer, door de Iraanse revolutie in 1979 en door de Iraakse inval in Koeweit in 1990.'

Roubini hoopt vurig dat de volksopstanden in Tunesië en Egypte tot stabiele democratieën in de regio leiden, maar voorlopig overheerst de chaos en is de olieprijs voor het eerst sinds september 2008 tot boven de $ 100 per vat gestegen. Daarmee is de limiet die bestuursvoorzitter Christophe de Margerie van oliemaatschappij Total noemde overschreden. Boven dat niveau zal het economisch herstel ernstig verstoord worden, zei hij onlangs tegen persbureau Reuters. En nog vorige week zei Peter Voser van Shell in Davos dat hij zeer bezorgd is over het huidige prijspeil.

Een hoge olieprijs is een grote belasting op de consumptie in de toch al kwakkelende westerse wereld. Een euro in de benzinetank kan immers niet worden gebruikt voor een mandje boodschappen. Die euro verdwijnt bovendien grotendeels naar de schatkist van olie-exporteurs als Saudi-Arabië, Libië en Rusland, wat er met andere woorden voor zorgt dat de opbrengst van de internationale handel geringer wordt.

Ook jaagt een stijgende olieprijs de geldontwaarding op. Zo meldde de Oeso gisteren dat de inflatie in de geïndustrialiseerde landen in december verder is opgelopen, en wel met 0,3 procentpunt tot 2,1%. Hierbij werd benadrukt dat hogere energieprijzen (+8,3% op jaarbasis) verantwoordelijk zijn voor de bulk van de stijging.

Van enige onderliggende inflatiedruk is geen sprake, maar als de olieprijs blijft stijgen, zullen centrale bankiers zich toch gedwongen zien spoedig de rente te verhogen, te beginnen met de Europese Centrale Bank. De kans dat ze daarmee het prille herstel in de kiem smoort, is aanzienlijk.

Vooral voor perifeer Europa zijn de risico's groot, stelt analist Francisco Blanch van Bank of America/Merrill Lynch in zijn rapport 'How high could oil go?'.

Voor landen die hun schuldencrisis te boven willen komen door keihard te bezuinigen, betekent de hoge olieprijs dat ze een 'dubbele whammy' moeten verwerken, stelt Blanch. Blijft de prijs langdurig boven de $ 100 per vat, dan is de kans op een recessie niet gering. Maar ook energie-intensieve olie-importeurs als Turkije, Zuid-Korea en India zullen dan in de problemen komen. Vanaf $ 120 krijgen Duitsland, Japan en China het moeilijk.

Blanch benadrukt dat een hoge olieprijs niet noodzakelijkerwijs tot een mondiale recessie leidt. Waar het om gaat, is de prijs van de wereldwijde energieconsumptie. In de Verenigde Staten wordt bijvoorbeeld een deel van de huidige olieprijsstijging gecompenseerd door de lage prijs van gas. Als percentage van het wereldwijde bruto binnenlands product komt de energieconsumptie nu uit op 7,9, raamt de analist. Dat is 1,2 procentpunt meer dan vorig jaar.

'Hoewel een historische vergelijking altijd lastig is, blijkt uit het verleden dat de wereldeconomie in een recessie wegglijdt als het percentage tot boven de negen uitstijgt', stelt Blanch. 'Dat gebeurde in 1980 tijdens de tweede oliecrisis en in 2008, toen het percentage met een olieprijs van $ 147 zelfs even op twaalf piekte.'